Home » Fysiotherapie » Manueel therapie

Manueel therapie



Het doel van manuele therapie is enerzijds het beter laten functioneren van de gewrichten en anderzijds je houding en bewegingen te verbeteren. Hiervoor gebruikt de manueel therapeut een aantal specifieke technieken die in de gewrichten kunnen worden toegepast. De effecten van manuele therapie zijn vaak direct merkbaar: je voelt een verbetering van de bewegingsvrijheid en een afname van pijn. Het behandelprogramma van de manueel therapeut bestaat verder uit het geven van goede instructies, adviezen, begeleiding en inzicht in gezond bewegen.

Een manueel therapeut is een fysiotherapeut die na zijn opleiding voor fysiotherapie een opleiding voor manuele therapie heeft gevolgd. Daarmee heeft hij extra kennis opgedaan van de bewegingsmogelijkheden van het lichaam en in het bijzonder van de wervelkolom. Door zijn gespecialiseerde opleiding is de manueel therapeut uitstekend in staat om de oorzaak van je klachten te beoordelen. Zo kan hij voor elk lichaam een oplossing op maat voorstellen.

Als je een gewricht slecht kunt bewegen, of daar pijn bij hebt, kan manuele therapie uitkomst bieden. De effecten van manuele therapie zijn vaak direct na de behandeling merkbaar; gewrichten functioneren beter en bewegen gaat gemakkelijker.

Voorbeelden van klachten die een manueel therapeut kan behandelen:

Al tijdens het onderzoek bij de eerste afspraak zal blijken of en hoe jouw specifieke klacht verholpen kan worden. Direct na de eerste afspraak heb je dus duidelijkheid over de verdere behandeling.

Manuele therapie volgens Van der Bijl / Eggshell-methode

Deze manuele therapie richting heeft een specifieke behandelwijze gericht op het bewegingsapparaat. De therapie is ontwikkeld door de heer G. van der Bijl Sr. Centraal in de manuele therapie staat het optimaliseren van het gehele bewegingspatroon. Bewegingen vinden plaats in gewrichten. Tijdens een behandeling worden in het totale bewegingsapparaat gewrichten bewogen op een zachte en zo mogelijk pijnvrije manier. Er is absoluut geen sprake van het zgn. "kraken" of "rechtzetten". Na een vraaggesprek (anamnese) en een oriënterend onderzoek met betrekking tot de klacht(en), wordt met behulp van een aantal testen het individuele bewegingspatroon bepaald. Deze testen die bestaan uit metingen aan hoofd, armen en benen, geven de vorm- en functieverschillen tussen de linker en rechter lichaamshelft aan. Na het meten van het vormverschil (de testen), wordt in een codeboek gezocht naar het individuele bewegingspatroon. Bij de behandeling worden de gewrichten in hun eigen bewegingstrajecten bewogen. De meeste mensen hebben een dominant oog, daardoor zal je wervelkolom ook asymmetrisch zijn. Van der Bijl richting werkt hier ook mee.

Manuele therapie volgens de SOMT

Voor SOMT is manuele therapie een onderzoek- en behandelmethode van gewrichten van de rug, de nek, de armen en de benen.

In een eerste gesprek zal de manueeltherapeut o.a. vragen naar het ontstaan van de klachten, wanneer de klachten optreden, hoelang de klachten bestaan en wat de klachten doet toe- of afnemen.

Daarna volgt een lichamelijk onderzoek, waarbij de manueeltherapeut de houding en het bewegen beoordeelt en, met specifieke bewegingen, de gewrichten onderzoekt. Op grond van de verkregen onderzoeksgegevens kan een diagnose worden gesteld. Samen met de patiënt zal de manueeltherapeut beslissen of er behandeld kan gaan worden of dat de patiënt terug gaat naar de verwijzend arts met een rapportage van de manueeltherapeut.

Als er behandeld gaat worden, dan zal deze behandeling niet alleen tot doel hebben de functie van de gewrichten te verbeteren, maar ook de houding en beweging tijdens werkzaamheden en recreatie te optimaliseren.

Ook tijdens de behandeling maakt de manueeltherapeut gebruik van specifieke bewegingen in de gewrichten. De manueeltherapeut probeert opgeheven beweeglijkheid te herstellen of een teveel aan beweging te stabiliseren door middel van training. Soms vult de manueeltherapeut deze behandeling aan met manipulaties (in de volksmond ook wel 'kraken' genoemd). De gewrichten worden dan wat sneller bewogen. Daarbij kan een knappend geluid (niet altijd) worden gehoord. De meeste patiënten ervaren dit als een kortstondig vreemd gevoel, maar vinden het over het algemeen niet pijnlijk.